De correctie van de Belastingdienst resulteerde in een toerekening van nagenoeg alle winsten aan Nederland (effectief 97%), met een totale correctie van circa € 3,3 miljoen over de fiscale jaren 2018–2020. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en vernietigt de uitspraken op bezwaar. De belastbare bedragen over de jaren 2018 tot en met 2020 worden verminderd met in totaal € 3.241.446.
Deze uitspraak is, in navolging van de uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam in de BAT – en ADM-case een aanvulling voor de praktijk. In deze zaken staat de verdeling van de bewijslast tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige centraal, voortvloeiend uit de samenloop van artikel 8b Wet Vpb 1969 en artikel 27e AWR. Het bijzondere aan de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland is dat expliciet wordt ingegaan op de karakterisering van de transacties en de selectie van de PSM als verrekenprijsmethode.