Bel ons +31 243 529 690

De gevolgen van reorganisaties voor de innovatiebox


Written by: Gert-Jan Hop Published: 2016-11-06



In nagenoeg alle vaststellingsovereenkomsten aangaande de innovatiebox is opgenomen dat aanvullend overleg met de belastingdienst nodig is in geval van een wezenlijke wijziging in de feiten en omstandigheden, zoals vastgesteld in de vaststellingsovereenkomst zelf. Eventuele consequenties van die wijziging voor de toepassing van de innovatiebox kunnen dan besproken worden.

Het is daarbij niet duidelijk wat bedoeld wordt met een wezenlijke wijziging. In de praktijk blijkt met name deze interpretatie van groot belang. Niet zelden veranderen omstandigheden tijdens de looptijd van een vaststellingsovereenkomst. Een kwalificatie als wezenlijke wijziging kan de veronderstelde uitkomst dan geheel ondergraven. Ondanks het belang voor de praktijk, is dit onderwerp in de fiscale literatuur onderbelicht. Ook de wetgeving zwijgt en de jurisprudentie is schaars. Deze factoren zorgen voor rechtsonzekerheid gedurende de uitvoering van een innovatieboxafspraak. Vanuit onze praktijk worden wij regelmatig met deze problematiek geconfronteerd. Mede naar aanleiding van die ervaringen, pogen wij in deze bijdrage meer licht te werpen op de vraag wanneer sprake is van een wezenlijke wijziging ingeval van een reorganisatie en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.

Wijzigingen gedurende de uitvoeringsfase van een innovatieboxafspraak kunnen zich manifesteren als bijvoorbeeld de productieafdeling wordt gereorganiseerd of bijvoorbeeld assemblagewerkzaamheden worden verplaatst naar het buitenland. Gevoelsmatig zouden wij deze wijzigingen nog niet snel als een wezenlijke wijziging aanmerken. Strikt genomen zal het relatieve belang van de R&D-afdeling wijzigen. Naar verwachting zal deze wijziging echter niet snel resulteren in een fundamenteel verschil van inzicht en waardering van de rol van R&D binnen een onderneming. R&D werkzaamheden zullen in dit voorbeeld niet snel (uitzonderingen daargelaten) als ondersteunend gaan kwalificeren waar ze voorafgaand aan de overdracht van de assemblagewerkzaamheden als kernfunctie werden beschouwd (en vice versa ingeval van integratie van assemblagewerkzaamheden). Als echter de R&D-afdeling zelf onderwerp is van een reorganisatie dan kan dit anders zijn. Als bijvoorbeeld de R&D-afdeling volgend op een internationale reorganisatie wordt uitgekleed en slechts als contract development afdeling functioneert dan lijkt zonder meer voldaan aan een wezenlijke wijziging. Hetzelfde kan gelden als een bedrijf met R&D-afdeling een ander bedrijf met een identieke R&D afdeling koopt (bijvoorbeeld om schaalvoordelen te realiseren in de productie-omgeving). Vaak is dan een deel van R&D-werkzaamheden overbodig en kan worden verkocht.

Wij benadrukken overigens dat wij het begrip wezenlijke wijziging bewust ‘stevig’ inkleden gelet op de associatie die wij met dit begrip hebben. Naar onze beleving impliceert de term wezenlijk dat als partijen tijdens de onderhandeling bekend waren met deze feiten zij tot een andere overeenkomst zouden zijn gekomen in plaats van mogelijk een andere afweging hadden gemaakt. ‘Sec’ een verschil tussen 30% of 40% R&D-toerekening afhankelijk van gewijzigde feiten kwalificeert naar onze mening niet voor wezenlijk. Dit is immers doorgaans een zakelijke bandbreedte van het relatieve belang van een R&D-functie. Uiteraard kan en vermoedelijk zal de belastingdienst een andere mening hebben, echter dan had men beter een term als ‘materiele wijziging’ kunnen opnemen in vaststellingsovereenkomsten of wellicht aansluiting kunnen zoeken bij de fiscale term ‘in belangrijke mate’.

Interessant is echter dat het leerstuk van de wezenlijke wijziging een belangrijk onderdeel is van het Europese aanbestedingsrecht. Het houdt kort gezegd in dat een overeenkomst die na een Europese aanbesteding tot stand is gekomen, niet wezenlijk mag worden gewijzigd. Is er toch sprake van een wezenlijke wijziging, dan is een overheidsdienst verplicht om de opdracht opnieuw aan te besteden. De geïnteresseerde lezer verwijzen wij naar een aantal arresten van het Hof van Justitie over deze materie (o.a. RennesPressetext en Succhi di Frutta). De uiteindelijke beoordeling of sprake is van een wezenlijke wijziging hangt uiteraard sterk af van de exacte feiten en omstandigheden. Niettemin kunnen wij uit het bovenstaande wel een aantal typen van wijzigingen afleiden die niet zonder meer als wezenlijk kwalificeren. Dit is vaak voor onze klanten een mogelijkheid om een pleitbaar standpunt in te nemen in hun aangifte.

De gevolgen van een wezenlijke wijziging kunnen echter wel substantieel zijn. In veel afspraken staat dat alsdan in overleg getreden moet worden met de belastingdienst, hetgeen in doorsnee gevallen leidt tot een nieuwe afspraak. Daarnaast biedt de wezenlijke wijziging bepaling de belastingdienst de mogelijkheid om met terugwerkende kracht tot de datum van de wijziging de afspraak te herzien.

Ten aanzien van de materiële gevolgen blijkt vaak dat in de praktijk een aantal mogelijke nadelen, maar ook potentiële voordelen door klanten niet worden waargenomen. Vaak zien wij dat reorganisatiekosten meegenomen worden in de innovatieboxgrondslag. Dit gaat ten koste van het innovatieboxvoordeel. Het is echter de vraag of bedoelde reorganisatiekosten wel moeten worden meegenomen in de innovatieboxgrondslag. Richtinggevend zijn veelal de verwerking en duiding in de jaarrekening in combinatie met de gekozen bewoordingen in de vaststellingsovereenkomst. Wat ook belangrijk is, is de vraag of kosten of baten reeds eerder in verband zijn gebracht met de innovatiebox. Illustratief is bijvoorbeeld de vrijval van een voorziening. Als deze is gevormd in een innovatieboxperiode, dan zou het logisch zijn om de vrijval eveneens in de innovatiebox te verantwoorden. Daarnaast zal onder andere de R&D-afdeling de reorganisatiekosten (mede) moeten terugverdienen. Dit rechtvaardigt een hogere toerekening aan de innovatiebox. In doorsnee situaties wordt dit argument (helaas) niet herkend.

Tot slot zien wij dat reorganisaties van R&D-afdelingen van internationale concerns vaak gepaard gaan met overdrachten van functies en risico’s. Als bijvoorbeeld een R&D-afdeling volgend op een reorganisatie een contract development afdeling is geworden dan bestaat de mogelijkheid om te overwegen of een eindafrekening op zijn plaats is. Deze heffing kan mogelijk voor een groter deel worden toegerekend aan de innovatiebox. Als daaropvolgend aangenomen wordt dat simultaan sprake kan zijn van een corresponderend afschrijfbare ‘step-up’ in het buitenland, dan kan dit leiden tot een fiscaal voordeel. Dergelijke standpunten en in het bijzonder een exit-heffing moeten in beginsel worden afgestemd met de belastingdienst en dienen gebaseerd te zijn op de feiten.

Kom werken in een jong en ambitieus team.
Direct advies nodig?
Neem dan contact op met één van onze specialisten!​​​​