Bel ons +31 243 529 690

Vermogensplanning in de BV


Written by: Gert-Jan Hop Published: 2016-11-23



In onze vorige blog hebben wij de wijzigingen in VBI regelgeving en Box 3 behandeld. In deze bijdrage staan wij meer in detail stil bij twee alternatieven voor vermogensplanning in box 3, namelijk via storting van uw privé vermogen in de BV of in de vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI).

Kapitaalstorting in de eigen BV

De eerste mogelijkheid betreft de storting van (formeel of informeel) kapitaal in de eigen BV. De kapitaalstorting wordt binnen de BV niet belast met vennootschapsbelasting.

Door de kapitaalstorting verdwijnt het vermogen van de DGA uit box 3 en gaat het over naar box 2. De kapitaalstorting verhoogt de fiscale verkrijgingsprijs van de aandelen die de DGA in de BV houdt. In geval van een formele kapitaalstorting kan de DGA zijn ingebrachte vermogen altijd belastingvrij weer uit de BV halen door aandelenkapitaal terug te laten betalen. In geval van een informele kapitaalstorting/agio kan de DGA de kapitaalstorting niet zomaar belastingvrij terughalen naar privé. In dat geval dient hij het informele kapitaal/agio eerst om te zetten in formeel aandelenkapitaal. Dit kan de BV vervolgens belastingvrij terugbetalen aan de DGA.

Het rendement op het extra als kapitaalstorting ingebrachte vermogen is binnen de BV belastbaar tegen 20% over de eerste € 200.000 winst. Daarboven bedraagt de verschuldigde vennootschapsbelasting 25%. Als de BV de winst uitkeert aan de DGA betaalt deze in box 2 inkomstenbelasting tegen het proportionele belastingtarief van 25%. De cumulatieve belastingdruk bedraagt (uitgaande van een winst van de BV van maximaal € 200.000) maximaal 40%.

Voorbeeld

Een alleenstaande particulier bezit op 1 januari 2017 een liquide vermogen in box 3 van € 3.000.000. Het jaarlijkse rendement hierop bedraagt 0,5%, derhalve € 15.000. De over het vermogen verschuldigde box 3-heffing bedraagt € 45.407 in 2017. Zou deze particulier zijn vermogen in een (nieuwe) BV storten dan bedraagt zijn totale jaarlijkse belastingheffing 40% over het jaarlijkse werkelijke rendement van € 15.000, derhalve € 6.000. De jaarlijkse besparing als gevolg van de kapitaalstorting in de BV bedraagt in dit voorbeeld € 39.407.

Overigens kent de wet een misbruikbepaling voor de situatie dat vermogen kort voor de peildatum van box 3 (1 januari) in de BV gestopt wordt en er (te) kort daarna weer uitgehaald wordt.

Kapitaalstorting in een VBI

Het is ook na 1 januari 2017 nog steeds mogelijk vermogen vanuit box 3 in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) te storten. De rechtsvorm van een VBI kan uitsluitend die van een NV of een open fonds voor gemene rekening zijn. Er gelden nadere (aandeelhouders)eisen die in deze bijdrage verder niet behandeld worden. De VBi is niet onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een belang in een VBI bevindt zich fiscaal in box 2. Een kapitaalstorting vanuit box 3 in een VBI leidt er dus toe dat het belastbare box 3-vermogen lager wordt.

Door de vrijstelling vennootschapsbelasting wordt het daadwerkelijke rendement van de VBI in box 2 belast tegen maximaal 25% inkomstenbelasting. Uitgaande van een daadwerkelijk rendement van 0,5% per jaar bedraagt de in totaliteit verschuldigde inkomstenbelasting in geval van een VBI dus uiteindelijk 0,125%.

Hierbij moet wel de duidelijke kanttekening geplaatst worden dat de aandeelhouder van een VBI in eerste instantie jaarlijks aangeslagen wordt over een forfaitair voordeel van 5,39% van de waarde van de VBI-aandelen op 1 januari van ieder jaar. Dit forfaitaire voordeel is even hoog als het maximale forfaitaire rendement in box 3. De jaarlijks verschuldigde belasting bedraagt dus in eerste instantie 1,3475% (25% van 5,39%) van de waarde van de VBI. Het in aanmerking genomen forfaitaire voordeel verhoogt de verkrijgingsprijs van de aandelen in de VBI, maar kan dus (fors) hoger zijn dan het werkelijke rendement van de VBI.

Gevolg van deze systematiek is dat de aandeelhouder van een VBI in de toekomst een fiscaal verlies mag verrekenen als zijn daadwerkelijke rendement in de VBI lager is dan het forfaitaire rendement waarvoor hij jaarlijks is aangeslagen. De waarde van de VBI is dan immers lager dan de met het jaarlijkse forfaitaire rendement verhoogde fiscale verkrijgingsprijs.

Of de aandeelhouder dit verlies in de toekomst ook daadwerkelijk kan verrekenen is afhankelijk van de fiscale positie van de belastingplichtige. Is het verlies niet verrekenbaar dan bedraagt de jaarlijkse belastingdruk in de VBI uiteindelijk toch 1,3475% van het VBI-vermogen.

Een kapitaalstorting vanuit box 3 in een VBI kent dus nogal wat fiscale aandachtspunten die u zeker in de afwegingen moet meenemen. Bovendien kent de nieuwe wet een scherpere anti-boxhoppingbepaling die inhoudt dat u het vanuit box 3 ingebrachte vermogen minimaal 18 maanden in de VBI moet laten zitten.

Op 1 januari 2017 volgt er weer een peildatum voor uw belastbare box 3-vermogen. Het is zinvol om samen met een fiscalist en uw vermogensbeheerder de fiscale opties langs te lopen.​​​​​​​​​​​​​​

Kom werken in een jong en ambitieus team.
Direct advies nodig?
Neem dan contact op met één van onze specialisten!​​​​